Ontbind toch niet zo snel!

Tekst mr. D. (Daniël) Bercx

Terug naar overzicht

Dit riep ik onlangs uit tijdens het lezen van een uitspraak van de rechtbank Arnhem over een geschil tussen een aannemer en een opdrachtgever. Wat was er aan de hand?

Op grond van een aannemingsovereenkomst zou de aannemer in opdracht van de opdrachtgever een woning bouwen tegen een aanneemsom van ongeveer € 500.000,--. Aldus geschiedde.

Partijen zijn op een bepaald moment totaal gebrouilleerd geraakt in verband met de uitvoering van het onderdeel trappen. Voor dat onderdeel was in het bestek een stelpost opgenomen van € 20.000,--. Aannemer vond dat de uitvoering voldeed; opdrachtgever dacht daar bepaald anders over.

Het geschil is op een bepaald moment kennelijk geëscaleerd: aannemer weigerde herstel want de trappen waren goed, opdrachtgever vond van niet en betaalde niet, aannemer ging over tot uitoefening retentierecht, er werd niet opgeleverd, er volgde een kort geding, een spoedplaatsopname door de Raad van Arbitrage voor de Bouw en vervolgens gingen partijen, eerst de opdrachtgever en daarna de aannemer, over tot ontbinding van de aannemingsovereenkomst. En daarna volgde uiteraard nog een procedure bij de rechtbank.

En dit terwijl ik in het vonnis lees dat door/namens de opdrachtgever zou zijn gezegd: “prima werk, behoudens de trap”.

Nu gebeuren er in de praktijk altijd dingen die je in een vonnis niet terug leest en ieder zal zo zijn belangen hebben gehad, maar wat ik niet begrijp is dat een complete aannemingsovereenkomst met een waarde van 500K wordt ontbonden, terwijl het geschil kennelijk uitsluitend gaat om een stelpost met een waarde van 20K.

De ontbinding van de aannemingsovereenkomst door de opdrachtgever brengt met zich dat alle garanties zijn komen te vervallen. Een ontbinding bevrijdt partijen namelijk van hun contractuele verplichtingen. Dat is niet prettig voor de opdrachtgever: want hij kan de aannemer niet meer aanspreken en zal aan een derde partij moeten vragen om een optredend gebrek te herstellen. Dat kost de opdrachtgever geld.

En de opdrachtgever zal dat weer voor rekening van de aannemer willen brengen en in het slechtste geval kost dat de aannemer dus ook geld. En dat terwijl die aannemer “gratis” zijn onderaannemer had kunnen aanspreken om herstel uit te voeren.

Kortom, verspillingen van tijd, energie en geld.

In een geval als het onderhavige zou het veel meer voor de hand liggen om de aannemingsovereenkomst helemaal niet te ontbinden. Voldoende is om de aannemer aan te schrijven tot herstel van het betreffende gebrek, in dit geval de trappen. En als dat herstel niet binnen een redelijke termijn zou zijn uitgevoerd, dan had de opdrachtgever voor rekening van de aannemer door een ander de trappen kunnen laten herstellen/vervangen. Dat bedrag had hij dan kunnen verrekenen met de openstaande termijnen. En de aannemingsovereenkomst had gerust in stand kunnen worden gelaten.
Kunnen wij u helpen?

Velden met een (*) zijn verplicht

Om spam te voorkomen, vragen wij u onderstaande aan te vinken.