De juridische schijnwerkelijkheid

Terug naar overzicht

Tekst mr. D. (Daniël) Bercx

Een Latijnse spreuk luidt: “geef mij de feiten, dan geef ik (rechter) u het recht”. De vraag is echter tegen wie deze rechter dat eigenlijk zei.

De eisende partij (degene die gaat procederen) zal in een dagvaarding feiten moeten stellen. De gedaagde partij (degene die wordt gedagvaard) kan twee dingen doen: hij kan de feiten erkennen of ontkennen (juristen noemen dat betwisten). Nu komt het wel eens voor dat de gedaagde partij in de dagvaarding feiten leest en denkt: “wat een onzin, op dat feit ga ik niet eens reageren”. Of de gedaagde partij vergeet om iets te zeggen over een gesteld feit.

Het resultaat is dan dat de rechter een dergelijk feit in rechte vast stelt! Want feiten die door de eisende partij zijn gesteld en die door de gedaagde partij niet zijn betwist, die worden door de rechter als vast staand aangenomen.

Als partijen niet zitten op te letten, dan kan het soms gebeuren dat er uiteindelijk een rechterlijke uitspraak komt waarin feiten zijn beschreven die in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden.

Een misverstand is dat een rechter wel op zoek zal gaan naar de waarheid. Rechters in civiele geschillen doen dat over het algemeen niet. Dat is ook niet de taak van de rechter. Hij zal een vonnis moeten schrijven en daarvoor heeft hij een verhaal nodig. De eenvoudigste weg naar een vonnis is een verhaal langs feiten die niet zijn betwist.

Het voorgaande vraagt om verschillende procestactieken. Als eisende partij is het zaak om zo goed en volledig mogelijk de juiste feiten te stellen. De gedaagde partij kan in feite achterover leunen. Het enige dat hij hoeft te doen is om feiten zo nodig gemotiveerd te betwisten. Het is niet aan de gedaagde om, als hij feiten betwist, te stellen hoe het wel is gegaan (al kan dit soms wel handig zijn). Als gedaagde partij is het helemaal gemakkelijk indien de eisende partij vergeet om bepaalde feiten te stellen. Dan is het niet de taak van de gedaagde partij om die feiten zelf voor het voetlicht te brengen. Ook onjuiste feiten, die echter gunstig zijn voor de gedaagde partij, vragen niet om een weerlegging door de gedaagde partij.

Kortom, het gebod: “geef mij feiten, dan geef ik (rechter) u het recht”, richt zich tot de eisende partij en niet tot de gedaagde partij. In de meeste juridische procedures wordt veel meer tijd en aandacht aan de feiten besteed dan aan de juridische uitleg van die feiten. Feiten zijn vaak gecompliceerder dan het recht.

Feiten die gemotiveerd worden betwist zullen overigens moeten worden bewezen door de eisende partij. Maar daar zal ik in een volgend artikel over schrijven.

Daniël Bercx

Kunnen wij u helpen?

Velden met een (*) zijn verplicht

Om spam te voorkomen, vragen wij u onderstaande aan te vinken.